Geschiedenis
1927
In het voorjaar van 1927 kwamen een 15-tal mensen bijeen in “Café Belge”, herberg uitgebaat door Oscar De Gersem (waar nu de zaak Pierre Franssens is). Als naam voor de ploeg werd gekozen: SPORTING CLUB BEERNEM en als kleuren liet men het oog vallen op groen en zwart (met een knipoogje naar de Brugse buur die dat seizoen de Beker en het kampioenschap van België won). Via wekelijkse omhalingen kon men truitjes en een occasievoetbal kopen. Kousen, broeken en schoenen moesten de spelers zelf kopen. Achiel Reynaert werd voorzitter, Henri Brysse ondervoorzitter en Noël Lemahieu secretaris. Het bestuur bestond verder uit : Cyriel Hautekeete, Arthur De Gersem, Gustaaf Van Haecke en Frans De Pré (ook lokaalhouder – Café Au Pont Louise). Onder de deskundige leiding van Charles Reynaert, die reeds met een Brugse ploeg speelde, werden de trainingen aangevat.
1928
De eerste wedstrijd werd gespeeld op een weide gelegen achter het café Gasthof van Reygerloo (huidig adres ambulances bvba Vandenbrande). Tegenstrever was FC Sijsele en de uitslag werd 3-3. Door toedoen van stuwende kracht Gaston De Pré (die een paar jaar later secretaris werd) kon men over een prachtterrein beschikken op het Eiland. In de zomer van 1928 werd er een groots tornooi ingericht dat gewonnen werd door SC Beernem.
1929
In 1929 werd SC Beernem lid van de Belgische Voetbalbond onder stamnummer 1319. Er werd gestart in de reeks “Beginnende Clubs”. De eerste wedstrijd werd thuis gewonnen met 6-0 tegen Gistel. SC Beernem eindigde dat seizoen 4de op 6 en behaalde 7 punten.
1930 - 1931
Vanaf het seizoen 1930-31 werd aangetreden in 3de afdeling. Het werd telkens knokken om het behoud te verzekeren.
1933 - 1934
Omwille van het feit dat vanaf het seizoen 33-34 de meeste ploegen uit de omtrek overstapten naar de “Vlaamsche Voetbalbond” besloot het bestuur eveneens bij deze groepering aan te sluiten,, waar men in 2de klasse aantrad.
1934 - 1935
In het seizoen 34-35 werd de eerste kampioenstitel gevierd en werd het seizoen erna aangetreden in de overgangsklasse van de Vlaamsche Voetbalbond. Ondertussen was het terrein verhuisd naar de omgeving van de Bloemendalestraat tussen de Bloemendalestraat en wat nu de Bargelaan is. Ook het vermelden waard is dat de terreinen toen geen kleedkamers hadden. De spelers dienden zich om te kleden in een café, dichtbij het voetbalveld gelegen. Dit was o.a. het geval in Café het Eiland en in Café “Au Pont Louise”.
1936 - 1937
In het seizoen 36-37 werd verhuisd naar het Drogenbrood. Er werd eveneens gestart met een 2de ploeg, wat we nu de reserven zouden noemen. Deze ploeg trad aan onder de naam Jong Maar Moedig (J.M.M.).
1938 - 1940
Wegens mobilisatieperikelen werd er tijdens het seizoen 38-39 slechts sporadisch en 39-40 helemaal niet gevoetbald. Tijdens de oorlogsjaren werd vanaf 1940 in het “Verbond Maldegem” aangetreden, waar SC Beernem tweemaal na elkaar kampioen werd. De thuiswedstrijden werden gespeeld op een weide langs de Waterstraat omdat het Drogenbroodveld omgeploegd was om er rogge op te telen.
Op te merken valt ook dat alle verplaatsingen per fiets moesten gebeuren. Tijdens de oorlogsjaren was er bovendien een nijpend tekort aan “velobanden”. Een cruciale wedstrijd in Balgerhoeke vond plaats in echt winterweer met sneeuw en nog eens sneeuw. Keeper De Volder moest de reis afleggen op de buis van de fiets van een meereizende supporter. SC Beernem won de wedstrijd met 1-2, maar moest dat jaar de titel laten aan Dosko St-Kruis.
1945
Na de oorlog, in 1945, sloot SC Beernem opnieuw aan bij de K.B.V.B. en kreeg het stamnummer 4328. Achiel Reynaert was nog steeds voorzitter, Willy de Gersem was secretaris maar werd kort nadien opgevolgd do Marcel Depuydt. Het terrein op het Drogenbrood werd weer in gebruik genomen.
1946 - 1979
In het seizoen 46-47 werd gestart in de reeks “Beginnende Clubs”. Elke zondagvoormiddag werd om 10.00 uur in het lokaal (bij August Depoorter) les gegeven over de spelregels.
In die tijd was er in Beernem nog een tweede voetbalclub actief in de K.B.V.B., nl. de ploeg van de Gevaerts. In 1954 stopte die club echter alle activiteiten en kwamen de betere spelers (o.a. Marcel Goethals) over naar SC Beernem.
Het seizoen 47-48 werd gestart in 3de afdeling, waarin men 2de eindigde en promoveerde naar 2de Gewestelijke. Na 2 seizoenen zakte men opnieuw naar 3de, waar men zou blijven tot in 1968, het jaar dat men kampioen speelde.
SC Beernem was kampioen, promoveerde naar 2de provinciale, maar had geen terrein meer. Het Drogenbroodveld werd verkaveld en omgevormd tot de huidige Burgemeester Claeysstraat. Door de welwillendheid van de directie van het St-Amandusinstituut mocht men de komende seizoenen gebruik maken van het instituut en zijn voetbalveld. Men bleef er tot het einde 76-77. Het volgende seizoen werd uitgeweken naar het terrein van St Joris om het seizoen 78-79 aan te vatten op de splinternieuwe (huidige) terreinen in de Parkstraat.
De jeugdelftallen
Ondertussen hadden ook de jeugdploegen hun intrede gedaan. Onder de bezieling van de vroegere SC Beernem-spelers Pol Coens en Silvère Saelens werd gestart met degelijke jeugdopleiding. SC Beernem werd geroemd om zijn jeugdploegen. De titels bij de jeugd volgden elkaar op, maar jammer genoeg verschenen te weinig eigen jeugdspelers in het eerste elftal. SC Beernem kreeg wel de “Gouden Beer” voor zijn jeugdwerking. Absoluut hoogtepunt was het behalen in 1984 van de “Jeugdcup Het Volk” bij de miniemen. In 1976 werd eveneens een apart jeugdbestuur gevormd. Dit ging binnen de club te veel een eigen leven leiden , was niet onderdanig genoeg en ontbond zichzelf in 1987.
1970 - 1989
Het eerste elftal zakte na begin der zeventiger jaren terug naar 3de provinciale, maar kon begin 1980 na een 2de plaats zijn stek in 2de provinciale opnieuw heroveren. Op het einde van het seizoen 83-84 werd er op nieuw gefeest : SC Beernem werd kampioen in 2de provinciale en promoveerde voor het eerst in zijn bestaan naar de hoogste provinciale reeks. De groenzwarten eindigden 12de, maar door het feit dat er in Bevordering 3 West-Vlaamse clubs degradeerden bleef het verblijf in 1ste provinciale beperkt tot dat ene seizoen. Ook de plaats in 2de provinciale kon niet lang behouden blijven en zo verzeilde SC Beernem opnieuw in 3de provinciale.
1990 - …
In 1996 werd het 50-jarig bestaan in de K.B.V.B. gevierd en werd SC voortaan Koninklijke Sporting Club Beernem. Na enkele jaren vechten voor het behoud kon KSC in 2000 de tuimelperte naar vierde niet ontlopen. Na enkele jaren van net niet werd in 2003 kampioen gespeeld in 4de en kon men terugkeren naar 3de provinciale, waar ze nu nog steeds thuis horen.
De voorzitters
De voorzitters volgden elkaar op. Na Achiel Reynaert kwam Robert Claeys, dan Valère Van Hulle, André Coppens, Hugo Desmet, Wim Dezutter, Yvan Bellaert. De één leidde zijn troepen misschien met een hardere hand dan de andere, maar één ding hadden ze allen gemeen: hun tomeloze inzet en liefde voor de club.
De secretarissen
Secretarissen waren er meer : Noël Lemahieu, Gaston De Pré, René Vanden Abeele, Willy De Gersem, Marcel Depuydt, Roland Compernolle, Ludwig Van Parys en Ivan Lammens. Vooral Roland Compernolle hield vanaf 1967 tot zijn jammerlijk overlijden in 2007 de club in goede banen.
Iedereen !
Ook de anderen hebben zich samen met zovele anderen, spelers, bestuursleden, trainers, sponsors, terreinverzorgers, supporters ingezet voor KSC Beernem. De toekomst oogt niet gemakkelijk, maar als iedereen zich blijft inzetten liggen er nog veel mooie jaren te wachten op deze club.
Tot slot wil ik eindigen met de tekst van het clublied van SC Beernem, in 1928 door voorzitter Achiel Reynaert neergeschreven :
LANG LEVE DE DAPPERE STRIJDERS
VAN BEERNEMS JONGE VOETBALCLUB
…
EN HET WEZE EEN BELONING
DRIEMAAL HEIL DEN SPORTING CLUB
IEVRIG WAS DEN STRIJD BEGONNEN
T’ ALLENKANTE EVEN FEL
…
ROEMRIJK HEBBEN WE Z’OVERWONNEN
MET EEN ZUIVER PASSENSPEL
…
DRIEMAAL HEIL DEN SPORTING CLUB !

